Kleincellig en niet-kleincellig

Kleincellige longkanker verspreidt zich zeer snel, waardoor de kans op uitzaaiing groter is. Niet-kleincellige kanker zaait zich relatief langzaam uit.

Longkanker heeft twee vormen: kleincellig en niet-kleincellig. Kleincellige longkanker verspreidt zich zeer snel, waardoor de kans op uitzaaiing groter is. Niet-kleincellige kanker zaait zich relatief langzaam uit.

Kleincellige longkanker

Bij 20% van de patiënten is de longkanker kleincellig. Kleincellige longkanker bestaat uit kleine, kwetsbare cellen die zich zeer snel delen. Verspreiding door het lichaam gaat daardoor razendsnel. Meestal is de tumor dan ook al uitgezaaid voordat iemand daadwerkelijk klachten krijgt.

Bij kleincellige kanker wordt meestal chemotherapie toegepast. Over het algemeen wordt er niet operatief ingegrepen.

Niet-kleincellige longkanker

Bij 80% van de patiënten is de longkanker niet-kleincellig. Niet-kleincellige longkanker bestaat uit vrij grote cellen. Er worden drie soorten cellen onderscheiden, waarvan de groeisnelheid onderling verschilt. Deze celtypen groeien relatief langzaam ten opzichte van kleincellige longkanker.

Niet-kleincellige longkanker groeit vaak al jaren in het lichaam, voordat het wordt ontdekt. In die periode kan de tumor zich uitzaaien door het lichaam.

De behandeling van niet-kleincellige longkanker hangt af van het stadium waarin de tumor zich bevindt. In het gunstigste geval kan er worden geopereerd. Eventueel kan deze behandeling worden aangevuld met chemo- of radiotherapie.

Als opereren niet mogelijk is, wordt er meestal gekozen voor radiotherapie gecombineerd met chemotherapie. Dit kan gelijktijdig (concurrent), of achter elkaar (sequentieel) plaatsvinden.


 Een beknopte samenvatting vindt u in onze VATS Lobectomie folder (PDF).